Nieuws

De week begon goed voor de leerlingen van de Laurentius Praktijkschool uit Delft. Zij mochten namelijk op maandagmiddag een uitstapje maken naar het Kyocera Stadion. Op het programma stond een deel van de training kijken van ADO Den Haag, een rondleiding door het stadion en, als hoogtepunt van de middag, een ontmoeting met Thomas Kristensen en Giovanni Korte in het perscentrum van de club.

De leerlingen kwamen niet zonder reden. Natuurlijk is voetballen een van de leukste dingen die er is. Ook verdienen de meeste professionele voetballers een hoop geld. Toch is zo’n carrière niet voor iedereen weggelegd en is het daarom belangrijk een plan B te hebben. Dit geldt ook nog voor de profvoetballers. De scholieren van de praktijkschool uit Delft, willen dit niet aannemen van hun leraren en daarom is de hulp van ADO Den Haag ingeschakeld.

Nadat de kinderen ieder plekje in het Kyocera Stadion gezien hadden, was het tijd voor de wat serieuzere zaken. In de persruimte ontmoetten ze Thomas Kristensen en Giovanni Korte. Deze selectiespelers vertelden de leerlingen wat zij al dan niet gedaan hebben om te komen waar ze nu zijn.
Ook legden ze uit dat de kans om prof te worden, vrij klein is en dat als je eenmaal prof bent het alsnog belangrijk is om een vooropleiding te hebben. Zodat wanneer je stopt met voetballen, je maatschappelijk ook nog inzetbaar bent. Het verbaasde de kinderen vooral, dat niet iedere voetballer genoeg geld verdient, om na zijn carrière te gaan luieren op een wit strand.

Het motto op de Jeugdopleiding van ADO Den Haag is “School moet, voetbal mag”! Jeugdspelers worden begeleid vanaf de brugklas tot en met de universiteit en worden beoordeeld op de aspecten houding, inzet, absentie, cijfers en gedrag. Als een speler niet goed presteert op school, dan moet de speler leren in plaats van trainen.

De scholieren waren erg onder de indruk. Gelukkig mochten zij ook nog vragen stellen aan de spelers, dus kwamen ze ook nog andere dingen over hen te weten. Zo waren ze bijvoorbeeld benieuwd bij welke clubs de profs nog wel zouden willen gaan voetballen.

Daphne van den Bree